Bel ons op 088 1111 900
088 1111 900
Afspraak maken
Scheelzien
8707203.eyescan-tijd-voor-uw-ogen-1.jpg

Scheelzien

Scheelzien (strabismus) is een afwijking van de stand van de ogen, waarbij de ogen niet op hetzelfde punt gericht zijn.

Elk oog wordt aangestuurd door 6 oogspieren, 4 rechte oogspieren en 2 schuine oogspieren. Door een goede samenwerking tussen de oogspieren van beide ogen kunnen de ogen gecoördineerd kijken en staan ze recht. De aandoening ontstaat meestal op kinderleeftijd, maar kan ook bij volwassenen optreden.

  • Esotropie: één oog staat naar binnen (convergent scheelzien)
  • Exotropie: één oog staat naar buiten (divergent scheelzien)
  • Hypertropie: één oog staat naar boven
  • Hypotropie: één oog staat naar beneden

Scheelzien en een daaruit voortkomend lui oog treden vaak op bij kinderen. Ouders zijn dan ook vaak degene die hun kind naar de huisarts brengen met de klacht dat de ogen niet recht staan, dit is het symptoom van scheelzien. Vaak is het zo dat een kind dat scheel ziet sterk begint te protesteren als zijn of haar goede oog wordt afgedekt, dit is het symptoom van een lui oog. Op latere leeftijd kunnen ook klachten worden aangegeven als wazig zien en dubbelzien.

De oorzaak van scheelzien is niet altijd bekend. Factoren die het ontstaan van scheelzien kunnen bevorderen zijn:

  • erfelijke factor
  • aangeboren scheelzien
  • een ongecorrigeerde brilsterkte
  • ten gevolge van (infectie)ziekten
  • een oogbewegingsstoornisemoties, schrik
  • ongeval

Daarnaast bestaat er ook een verband tussen scheelzien en verziendheid (plus-bril). Dit heeft te maken met het feit dat verziende ogen zich extra moeten inspannen om scherp te zien. Deze extra inspanning leidt dan tot scheelzien, de oogstand zal dan naar binnen zijn (esotropie).

Op de consultatiebureaus worden de ogen volgens een vast onderzoeksprogramma nagekeken. Wanneer de consultatiebureau-arts twijfelt aan de stand van de ogen of aan de kwaliteit van het zien stuurt hij het kind door naar de oogarts of de orthoptist. De orthoptist kan al bij jonge kinderen onderzoek doen naar de stand en de samenwerking van de ogen. Ook worden de oogbewegingen onderzocht en wordt de gezichtsscherpte indien mogelijk, oog voor oog bepaald. De ogen worden gedruppeld om de brekingsafwijking te bepalen en de oogarts onderzoekt of de ogen gezond zijn.

Deze onderzoeken zijn nodig om te bepalen of er inderdaad sprake is van scheelzien, wat de gevolgen zijn en welke behandeling nodig is

De behandeling van scheelzien en/of van een lui oog kan een langdurig proces zijn. Afhankelijk van de oorzaak van het scheelzien wordt bepaald welke behandeling het meest geschikt is.

De behandeling kan bestaan uit:
  • het voorschrijven van een bril
  • oefeningen
  • een oogspieroperatie

Indien scheelzien gepaard gaat met een lui oog wordt eerst het luie oog behandeld, voordat de eventuele oogspiercorrectie wordt uitgevoerd. Bij al deze behandelingen zijn regelmatige controles nodig om de resultaten te kunnen vaststellen.

Bij een deel van de scheelziende patiënten moeten de ogen worden 'rechtgezet' door middel van een operatie. Het doel van de deze operatie is per persoon verschillend: het bereiken van een cosmetisch rechte oogstand, het opheffen of verminderen van klachten (zoals dubbelzien, hoofdpijn) of het behouden van de onderlinge samenwerking tussen de ogen.

 

De orthoptist bepaalt de mate van het scheelzien (de scheelzienshoek):
Er wordt vervolgens een oogspieroperatie verricht, waarbij de oogspieren die aan de buitenkant van de oogbol vastzitten, verzwakt of versterkt worden door ze te verplaatsen of in te korten. Dit kan aan één of beide ogen gebeuren. De orthoptist en de oogarts bekijken een week voor de operatie welke spier of spieren verplaatst moeten worden. Aan jonge kinderen wordt altijd algehele narcose gegeven.

Meer informatie

Wilt u meer weten? Neem dan contact op met één van onze oogzorgklinieken.

Wij zijn altijd bereikbaar Uw vraag persoonlijk beantwoord?