Bel ons op 088 1111 900
088 1111 900
Afspraak maken
Uveïtis
8707203.eyescan-tijd-voor-uw-ogen-2.jpg

Uveïtis

Uveïtis (uvea=vaatvlies; itis=ontsteking) is een inwendige oogontsteking van één of meerdere lagen van het vaatvlies, glasvocht en/of van het netvlies. Inwendige oogontstekingen komen duidelijk minder voor dan uitwendige oogontstekingen. Een besmetting kan ook veel minder gemakkelijk binnenin het oog ontstaan.

Uveïtis kan, afhankelijk van de lokalisatie van de ontsteking, onderverdeeld worden in de volgende soorten:

  • Intermediaire uveïtis:
    Een ontsteking in het middelste deel van het oog: het glasvocht, corpus ciliare en het gebied achter het corpus ciliare ofwel, het inwendige deel van het oog ter hoogte van de aanhechting van de oogspier. Vaak is het glasvocht ook ontstoken. Intermediaire uveïtis komt vaak voor bij beide ogen en komt meestal voor tussen het 20e - 40e levensjaar. Aanvankelijk hebben patiënten vaak weinig klachten, bestaande uit wazig zien, troebelingen en vlekken zonder pijn.
  • Uveïtis anterior:
    Een ontsteking van het voorste deel van de uvea. De iris is hierbij ontstoken, wat ook wel iritis genoemd word. Soms is tevens het straalvormig lichaam (corpus ciliare) aangedaan, dan spreekt men van een iridocyclitis.
  • Uveïtis posterior:
    Een ontsteking van het achterste deel van het vaatvlies (choroidea) en/of het netvlies. Wanneer alleen het vaatvlies ontstoken is, wordt dit ook wel choroiditis genoemd. Indien het netvlies is aangedaan, spreekt men van een netvliesontsteking (retinitis).
  • Panuveïtis:
    Een inwendige ontsteking in het gehele oog.

Een uveïtis kan acuut of langzaam ontstaan. Het verdere beloop van de aandoening kan acuut, chronisch of een herhaling van de ontsteking (recidiverend) zijn.

Vaak klagen uveïtis-patiënten over een vermindering van het zicht van één of beide ogen. Ze zien wazig en hebben last van zwarte vlekjes of slierten in het beeld. Een aantal patiënten kan het licht niet goed verdragen; soms is het oog pijnlijk, rood en traant. Uveïtis kan heel plotseling beginnen met een pijnlijk, rood oog of met zeer geleidelijk waziger zien. Het kan in één oog, in beide ogen tegelijkertijd of afwisselend in één van beide ogen voorkomen.

Bij oogheelkundig onderzoek kan er sprake zijn van: roodheid, ontstekingscellen in het voorste deel van het oog (in extreme gevallen zelfs een wit laagje ontstekingscellen onderin de voorste oogkamer), hoge of lage oogdruk, een troebel hoornvlies, vastzittende (niet op licht reagerende) pupil, staar, troebel glasvocht en allerlei netvliesafwijkingen.

Alle vormen van uveïtis kunnen leiden tot een tijdelijke of blijvende vermindering van het gezichtsvermogen. De aandoening kan zeer wisselend verlopen; het kan éénmalig optreden, herhaaldelijk terugkomen, maar ook langdurig aanwezig zijn met afwisselend rustige perioden en perioden waarin het ontstekingsproces toeneemt. De ontsteking kan verschillende delen van het oog beschadigen.

Bekende problemen of complicaties die zich kunnen voordoen bij uveïtis-patiënten zijn:

  • hoornvlies-afwijkingen
  • staar
  • verhoogde oogboldruk
  • netvliesschade (treedt vooral op bij een uveïtis posterior)

Uveïtis is meestal een geïsoleerde oogaandoening, het beperkt zich dan tot het oog zelf en er zijn geen andere lichamelijke problemen aanwezig. In ongeveer 40% van de gevallen gaat het gepaard met andere lichamelijke afwijkingen. Om deze reden kan de oogarts u verwijzen naar een andere specialist (bijv. de internist of reumatoloog) voor verder onderzoek.

Door middel van een normaal oogheelkundig onderzoek kan de oogarts vaststellen of er sprake is van uveïtis. Bij dit onderzoek worden de pupillen met oogdruppels verwijd, wat tijdelijk zorgt voor waziger zien.

Vaak is het niet mogelijk om bij dit eerste onderzoek vast te stellen wat de oorzaak is. Daarvoor is verder onderzoek nodig. Afhankelijk van de bevindingen wordt nader onderzoek verricht.

De behandeling is vooral gericht op genezen van de ontsteking en op het voorkómen van schade aan het kwetsbare netvlies. Deze schade is vaak onherstelbaar. Wanneer de oorzaak van uveïtis bekend is, kan een doelgerichte therapie worden voorgeschreven.

Uveïtis wordt in het algemeen met behandeld met:

  • 1. Corticosteroïden:
    Dit zijn effectieve ontstekingsremmende medicijnen die bij uveïtis-patiënten in verschillende sterktes en verschillende vormen (oogdruppels, tabletten of injecties) worden toegepast. De corticosteroïden worden meestal in druppelvorm voorgeschreven. Bij ernstigere gevallen worden corticosteroïden naast het oog gespoten of via tabletvorm toegediend (prednison).
  • 2. Pupilverwijdende oogdruppels:
    Deze druppels voorkómen verkleving van de iris met de lens en verlichten de pijn. Ze brengen tevens het oog in een rusttoestand. Een hinderlijke bijwerking van pupilverwijdende druppels kan zijn dat het dichtbij zien wordt bemoeilijkt en dat men meer last heeft van fel licht.

Controle
Om bij langdurige uveïtis complicaties tijdig op te sporen en te behandelen is regelmatige controle belangrijk.

Meer informatie

Wilt u meer weten? Neem dan contact op met één van onze oogzorgklinieken.

 

Wij zijn altijd bereikbaar Uw vraag persoonlijk beantwoord?