Verwijzers

Te bespreken met patiënt

Patiënten worden vooraf geïnformeerd over de diagnose, de operatie, de nazorg, het te verwachten resultaat en mogelijke complicaties. Na het gesprek ontvangen zij een gepersonaliseerde, schriftelijke samenvatting. De informatie over prognose en complicatierisico’s is gebaseerd op onze eigen resultaten. Voor algemene informatie verwijzen wij naar het patiëntgedeelte van onze website.

Patiëntenwebsite

Patiëntinformatie

  • Printbare patiëntinstructie voor de afspraak
  • De patiënt ontvangt deze informatie per e-mail en krijgt daarnaast een papieren versie mee in de kliniek. Het betreft de brochure met voor- en nazorginformatie bij een vitrectomie en/of netvliesoperatie.”

Verdoving of narcose

De operaties worden uitgevoerd onder parabulbaire en/of sub-Tenon verdoving, indien nodig aangevuld met lichte sedatie. Tijdens de ingreep is altijd een anesthesie-assistent aanwezig. Alleen in onze kliniek in Ede is het toedienen van algehele narcose mogelijk.

Wanneer er een medische indicatie is voor narcose, of als de patiënt hiervoor kiest, verwijzen wij dus door naar Ede.

Bij jonge patiënten met een ablatio retinae en een aanliggend glasvocht is het plaatsen van een cerclage en plombe geïndiceerd. Omdat deze ingreep naar onze mening beter onder narcose kan plaatsvinden, verwijzen wij deze patiëntengroep standaard door.

Combinatie van vitrectomie en cataractchirurgie

Bij patiënten ontwikkelt zich na een vitrectomie vaak snel cataract. Als er vooraf nog geen cataract is, is meestal binnen twee jaar een staaroperatie (phako) nodig. Is er al sprake van cataract, of wordt een gastamponade gebruikt, dan treedt de lensvertroebeling vaak nog sneller op. Bij diabetes verloopt dit proces doorgaans trager. Een phako na vitrectomie brengt een iets verhoogd risico op per- en postoperatieve complicaties met zich mee.

Wanneer zowel cataract als een epiretinaal membraan (pucker) aanwezig zijn, is het vaak lastig vast te stellen welke de belangrijkste oorzaak van de visusklachten is.

Er zijn daarom goede redenen om een phako voorafgaand aan of gelijktijdig met de vitrectomie uit te voeren. Bij diabeten met heldere lenzen is vanwege de trage cataractontwikkeling juist terughoudendheid geboden.

Vervolgzorg na vitrectomie

De nacontroles vinden plaats 1–2 dagen en 2 weken na de operatie. Daarna verwijzen we de patiënt terug naar jouw spreekuur. Afhankelijk van de onderliggende pathologie adviseren we de patiënt om binnen een bepaalde termijn een controleafspraak bij jou te maken, of alleen contact op te nemen bij klachten.

Bij patiënten met een lange reisafstand kan de controle op dag 1 eventueel ook bij jou, als verwijzer, plaatsvinden. We vragen je vriendelijk om in de verwijsbrief aan te geven of je voor deze optie kiest.

Je ontvangt schriftelijk bericht na het eerste consult, na de operatie en bij de terugverwijzing. De huisarts krijgt een kopie van het operatieverslag en van de terugverwijzing.

Antistollingsmedicatie

Antistollingsmedicatie hoeft niet gestaakt te worden. Patiënten die onder controle staan van de trombosedienst vallen bij achtersegmentoperaties in de categorie laag bloedingsrisico. Een INR-waarde van 2,5 tot 3,5 wordt hierbij als acceptabel beschouwd. Vitamine K-antagonisten, zoals Marcoumar, Sintrom en Coumadin, kunnen in deze situatie zonder onderbreking worden voortgezet.

Oogzorg van het allerhoogste kwaliteitsniveau