Ziektebeelden

Bij ieder ziektebeeld wordt kort ingegaan op de volgende punten:

  • Natuurlijk beloop
  • Verwijsindicatie en de verwijstermijn
  • Behandeling
  • Resultaat
  • Complicaties

Bij het resultaat en complicaties staan gegevens vermeld uit een database met eigen resultaten.
De postoperatieve visus na een maand is opgegeven. Deze visus is geen eindresultaat. In veel gevallen zal de visus naar verloop van tijd verder verbeteren.

Verwijsformulier

Endophthalmitis

  • Natuurlijk beloop
    Afhankelijk van de verwekker is het beloop (hyper)acuut tot chronisch.
  • Verwijsindicatie en de verwijstermijn
    Bij acuut postoperatief infectie\ontstekingsbeeld directe verwijzing. Ieder uur dat verloopt tot de behandeling kan worden ingezet kan van invloed zijn op het eindresultaat.
  • Behandeling
    Zo snel mogelijk intravitreale injectie van antibiotica. De primaire behandeling wordt afhankelijk van de omstandigheden en het verdere beloop gevolgd door een vitrectomie.
  • Resultaat
    Afhankelijk van tijdsverloop en verwekker.
  • Complicaties

Trauma

Stomp trauma

  • Bulbus intact. Door een impact met hoge snelheid kan een chorioidearuptuur met bloedingen en retina necrose ontstaan en leiden tot een zgn. retinitis sclopetaria. De laesie is aanvankelijk vaak gemaskeerd door een glasvochtbloeding. De laesie ziet er vaak ernstig uit maar leidt zelden tot complicaties als een netvliesloslating. Observatie is in de regel voldoende.
  • Bulbus ruptuur. Een cataractwond is een predelictieplaats. Een scleraruptuur kan gemaskeerd zijn door conjunctivabloedingen. Een normale oogdruk sluit een ruptuur niet uit. Een diepe of ondiepe voorste oogkamer is een aanwijzing voor het bestaan van een ruptuur. Bij uitgebreide bloedingen is een exploratie geindiceerd.
  • Orascheur. Een variant van een orascheur is een avulsie van de glasvochtbasis. Hierbij is ook bij de voorste glasvochtbegrenzing op het pars plana een scheur ontstaan en zweeft de glasvochtbasis met epitheel van het pars plana in de glasvochtruimte. Beide aandoeningen leiden tot een langzaam progressieve ablatio retinae. Daarom wordt geadviseerd een aanliggende scheur met lasercoagulaten af te gegrendelen.

Penetrerend trauma

  • Endophthalmitisrisico: Bij een bulbuspenetratie bepaalt de delay tussen trauma en het sluiten van de wond het risico van een endophthalmitis. Het risico neemt sterk toe bij een delay van meer dan 24 uur. Een beschadigde lens en een niet metalen intraoculair corpus alieneum vormen een extra risicofactor. Bij een self sealing wond of bij een inklemming van irisweefsel is het risico op een infectie laag.
  • Operatieve behandeling: In verband met het endophthalmitis risico is het zo snel mogelijk sluiten van de wond geïndiceerd, in ieder geval binnen 24 uur. Een operatie kan in de regel het best in optimale omstandigheden, dat wil zeggen overdag, verricht worden. Bij een niet te grote penetratieverwonding met schade in het achtersegment zal het sluiten van de wond en het verrichten van een vitrectomie bij voorkeur in één zitting plaatsvinden. Bij grote wonden en bij perforerende (=dubbele penetratie, in- en uittreedwond) verwondingen heeft primair sluiten en een vitrectomie in tweede instantie meestal de voorkeur.

Netvliesloslating

  • Natuurlijk beloop
    Een netvliesloslating breidt zich aanvankelijk snel uit tot een bepaalde configuratie. Daarna treedt langzame progressie op. Uiteindelijk ontstaat in de regel een totale netvliesloslating, al dan niet gecompliceerd door proliferatieve vitreoretinopathie (PVR). Een positief Tyndall fenomeen is een eerste teken van een naderende phthisis.
  • Verwijzing
    1. Netvliesloslating tot binnen de vaatboog met aanliggende fovea. Het risico op uitbreiding naar de fovea is de eerste dagen na ontstaan groot: Direct verwijzing, zo nodig met houdingsadvies tijdens het transport; operatie zo snel mogelijk, eventueel ook  in het weekend.
    2. Netvliesloslating buiten de vaatboog. Het risico op uitbreiding naar de fovea is de eerste dagen na ontstaan klein:  Verwijzing met spoed, zo nodig patiënt instrueren te bellen bij uitbreiding scotoom en houdingsadvies voor de nacht; operatie zo snel mogelijk, maar niet noodzakelijkerwijs in het weekend.
    3. Netvliesloslating met afliggende macula. Het doel is een zo goed mogelijk visusherstel te bereiken: Verwijzing met spoed, operatie zo snel mogelijk, maar niet noodzakelijkerwijs in het weekend.
  • Behandeling
    bij een eenvoudige defectconfiguratie en een heldere eigen lens in de regel een cerclage/plombe, in andere gevallen een vitrectomie met gastamponade.
  • Resultaat
    Na een afliggende macula is de visus na een maand gemiddeld 0,5; bij 60 % >= 0,5 en bij 20% >= 0,8. Verdere verbetering van de visus is in de loop van maanden tot jaren te verwachten.
  • Complicaties
    Gemiddelde recidiefkans  3 %, gemiddelde PVR risico  1 %. Vrijwel 100 % uiteindelijk succes.

Submaculaire bloeding bij AMD, macroaneurysma of na trauma

  • Natuurlijk beloop
    Bij een prominente bloeding is de prognose voor spontane visusverbetering slecht.
  • Verwijzing
    Op korte termijn. Subretinaal bloed is toxisch voor de fotoreceptoren.
  • Behandeling
    Monotherapie met of een combinatie van: anti-VEGF, inbrengen van gas, injectie tissue plasminogeen activator (tPA) en een vitrectomie. Er is weinig vergelijkend onderzoek beschikbaar waar de keuze op gebaseerd kan worden. Onze keuze is afhankelijk van de duur, grootte, dikte en locatie van de bloeding en de conditie van de patient en het partneroog.
  • Resultaat:
    De visuswinst is vaak beperkt en, afhankelijk van de oorzaak, ook niet op langere termijn handhaafbaar. Bij een goed partneroog wordt gekozen voor de minst invasieve behandeling.
  • Complicaties:
    Recidiefbloeding, regelmatig, Ablatio retinae <0,3 %.

Glasvochtbloeding

Zonder bekende oorzaak, mogelijk veroorzaakt door achterste glasvochtloslating.

  • Natuurlijk beloop
    Bij een bloeding door een achterste glasvochtloslating is er een grote kans dat er een retinadefect is ontstaan. Het risico op een ablatio in het verdere beloop is 50%.
  • Verwijzing
    Op korte termijn.
  • Behandeling
    Vitrectomie.
  • Resultaat
    Herstel van visus van voor de bloeding.
  • Complicaties
    Ablatio retinae <1%.

Glasvochtbloeding bij venatak of vena centralis retinae occlusie.

  • Natuurlijk beloop
    Bij een verse bloeding is resorptie mogelijk. Bij een oudere wit-gelige bloeding is resorptie, ook op lange termijn, onwaarschijnlijk.
  • Verwijzing
    Bij uitblijvende resorptie, bij recidiverende bloedingen.
  • Behandeling
    Vitrectomie.
  • Resultaat
    Herstel van visus van voor de bloeding.
  • Complicaties
    Ablatio retinae < 0,5%.

Glasvochtbloeding bij diabetes mellitus. Zie onder diabetes mellitus.

Dropped-nucleus

  • Natuurlijk beloop
    Bij een grotere hoeveelheid achtergebleven lensmateriaal ontstaat een uveitis met secundair glaucoom. Cortexresten en kleine kerndelen kunnen onder behandeling met lokale steroiden resorberen.
  • Verwijzing
    U kunt de patiënt eventueel al dezelfde dag insturen voor beoordeling.
  • Behandeling
    De beste resultaten worden bereikt met een vitrectomie die tussen de 3 en 7 dagen na ontstaan wordt verricht. De eerste dagen na de cataractextractie is het oog vaak nog te onrustig en de cornea nog oedemateus. Bij een vitrectomie na 7 dagen neemt het risico op chronische complicaties toe.
  • Resultaat
    Visus na een maand gemiddeld 0,6; bij 90% visus >= 0,5; bij 50% visus >=0,8.
  • Complicaties
    Ablatio retinae < 0,2 %.

Maculagat

  • Natuurlijk beloop
    Bij een vitreo-foveale adhesie met foveale cysten (stadium I) treedt bij de helft van de patiënten een spontane loslating van de adhesie op. Bij de andere helft ontwikkelt zich een echt gat. Als er een gat ontstaat daalt de visus meestal in enkele maanden tot een jaar naar 0,1 a 0,2.
  • Verwijzing
    Bij een goede visus (0,4 of meer) op met spoed en operatieplanning op korte termijn omdat de visus vlak voor de operatie bepalend is voor het eindresultaat. Een operatieve behandeling van een maculagat dat langer dan een jaar bestaat leidt niet meer tot veel verbetering van de visus maar kan wel vermindering van de metamorfopsie opleveren. Operatie van een asymptomatisch, vaak bij toeval ontdekt gat met een visus van 0,2 of meer kan zorgen voor een nuttig reserveoog.
  • Behandeling
    Vitrectomie met SF6 gas tamponade. De eerste vijf dagen postoperatief niet op de rug slapen. Bij een groot gat daarbij nog 3 x 2 uur per dag de ogen in de “leeshouding” houden. Voor Jetrea (ocriplasmine), een geneesmiddel voor intravitreale injectie ter behandeling van kleine maculagaten, zien wij  geen plaats. Jetrea is lang niet altijd succesvol en dat leidt bij een groot deel van de patiënten tot uitstel van de genezing en daardoor tot een minder goed visusherstel.
  • Resultaten
    Een niet te oud gat bij een niet te hoge myopie sluit eigenlijk altijd. De visus verdubbelt gemiddeld ten opzichte van de preoperatieve visus. De spreiding is echter groot. In de loop van maanden tot jaren zal de visus in de regel verder toenemen.
  • Complicaties
    Ablatio retinae < 0,3 %.

Diabetes-mellitus

Dichte glasvochtbloeding.

  • Natuurlijk beloop
    Verse, rode bloedingen hebben nog een kans op resorptie. Bij een wit-gele, oudere bloeding is er weinig kans op spontane resorptie. Exsudatieve en proliferatieve componenten van de retinopathie kunnen progressief zijn zonder dat daar controle op mogelijk is.
  • Verwijzing
    Op korte termijn als fundus niet te controleren is.
  • Behandeling
    Vitrectomie als er bij echografie geen complete achterste glasvochtloslating te zien is. Bij een complete glasvochtloslating kan er in de regel even afgewacht worden of de bloeding de neiging heeft te resorberen.
  • Resultaten
    Stabiele situatie voor lange termijn. Visusherstel afhankelijk van de retinaschade.
  • Complicaties
    Soms een recidief bloeding die in de regel snel spontaan resorbeert.

Actieve neovascularisatie of fibrovasculaire proliferatie die onvoldoende op lasercoagulatie reageert.

  • Natuurlijk beloop
    Recidiverende bloedingen met toenemende fibro-vasculaire proliferatie en tractie.
  • Verwijzing
    Zo mogelijk panretinale laser coagulatie tot 2000 coagulaten. Verwijzing op korte termijn.
  • Behandeling
    Vitrectomie, eventueel met voorafgaande VEGF injectie.
  • Resultaten
    Stabiele situatie voor lange termijn. Visusherstel afhankelijk van de retinaschade.
  • Complicaties
    Soms een recidief bloeding die in de regel snel spontaan resorbeert.

Recidiverende glasvochtbloedingen bij inactieve neovacularisatie of inactieve fibrovasculaire prolifaratie.

  • Natuurlijk beloop
    De bloedingen, vaak mild, recidiveren door tractie aan neovasculaire vaten die in regressie zijn. Er betaat dan een incomplete achterste glasvochtloslating. Aanvullende lasercoagulatie lost dit probleem niet op. Het verwijderen van het glasvocht voorkomt verdere bloedingen wel.
  • Verwijzing
    als de patiënt de bloedingen als hinderlijk ervaart.
  • Behandeling
    Vitrectomie.
  • Resultaat
    Stabiele situatie voor lange termijn. Visusherstel afhankelijk van de retinaschade.
  • Complicaties Soms een recidief bloeding die in de regel snel spontaan resorbeert.

Inactieve fibrovasculaire proliferatie, al dan niet met tractie-ablatio.

  • Natuurlijk beloop
    Een inactief uitgeblust beeld is in de regel stabiel tenzij er een defect wordt getrokken en er een gecombineerde tractie-rhegmatogene ablatio ontstaat.
  • Verwijzing
    Op korte termijn bij progressie van de ablatio.
  • Behandeling
    Vitrectomie, eventueel met voorafgaande anti-VEGF injectie.
  • Resultaten
    Stabiele situatie voor lange termijn. Visusherstel afhankelijk van de retina schade.
  • Complicaties
    Soms een recidief bloeding die in de regel snel spontaan resorbeert.

Maculaoedeem

  • Natuurlijk beloop
    Progressieve visusdaling die in de loop van een jaar irreversibel wordt.
  • Verwijzing
    Als bij OCT en fundusscopie vitreo-maculaire tractie en premaculaire membranen te zien zijn.
  • Behandeling
    Vitrectomie met verwijderen van de ILM.
  • Resultaat
    Meestal verbetert de visus wel iets. Stabiele situatie voor lange termijn. Visusherstel afhankelijk van de retina schade.
  • Complicaties
    Ablatio retinae < 0,3 %.

Pucker

Pucker, lamellair maculagat, vitreo-maculair tractiesyndroom (vmt syndroom) en een voorstadium van een maculagat zijn ziektebeelden die in elkaar kunnen overlopen.

  • Natuurlijk beloop:
    1. Pucker: Bij een pucker is er littekenweefsel ontstaan na een achterste glasvochtloslating en is de retina verdikt. Een variant is het pseudomaculagat met een fovea van normale dikte omgeven door een verdikte perifovea met perifoveale fibrose. Is een pucker eenmaal ontstaan dan blijft de visus in de meeste gevallen stabiel. Milde premaculaire fibrose komt veel voor (>20% van de ouderen) en heeft meestal weinig invloed op de visus.
    2. Lamellair maculagat: De fovea centralis is verdund en de perifovea is ondermijnd. De perifovea heeft een normale dikte. De visus zal in de loop van de tijd weinig veranderen.
    3. Vitreo-maculair tractiesyndroom (VMT syndroom): De glasvochtloslating is incompleet. Hoe kleiner het adhesieoppervlak hoe meer kans op een volledige glasvochtloslating en spontaan herstel. Bij een fovea met subretinaal vocht en een klein adhesieoppervlak (=stadium I maculagat) is de kans op het ontstaan van een maculagat groot.
  • Verwijzing bij een van de volgende operatie-indicaties:
    • hinderlijke metamorfopsie
    • een progressieve visusdaling
      Bij twijfel is een expectatieve periode van enkele maanden aan te bevelen om de eventuele progressie vast te stellen. Er bestaat zelden een operatieindicatie om puur medische redenen omdat het operatieresultaat niet afhangt van de bestaansduur.
  • Behandeling:
    Vitrectomie. Bij vitreo-maculaire tractie kan een injectie van gas bij 80 % van de patiënten de verkleving opheffen. Het indicatiegebied is beperkt tot vitreo-maculaire tractie met een klein adhesieoppervlak (<1500um) zonder preretinale membraan. Hoe jonger de patiënt is en hoe korter de adhesie bestaat hoe meer kans op succes van de injectie. Er is ook wat vaker succes bij fake dan bij pseudofake ogen.
  • Resultaat
    Afname van de metamorfopsie en verbetering van de samenwerking tussen de ogen. De visus verdubbelt gemiddeld ten opzichte van de preoperatieve visus als deze visus 0,4 of minder was. Bij een hogere preoperatieve visus zal de winst uiteraard minder zijn. De spreiding van het visusherstel is groot; een enkele keer daalt de visus om onduidelijke redenen. In de loop van maanden tot jaren zal de visus in de regel verder toenemen. Bij een pseudomaculagat neemt de metamorfopsie af maar verbetert de visus meestal niet.
  • Complicaties
    Ablatio retinae < 0,3 %.

Floaters

  • Natuurlijk beloop
    Zonder achterste glasvochtloslating kunnen de troebelingen langzaam progressief zijn. Enkele maanden na het ontstaan van een achterste glasvochtloslating treedt meestal geen verbetering of verergering meer op.
  • Verwijzing
    Omdat gewenning kan optreden wordt een operatie in de regel niet binnen een half jaar na het ontstaan van de klachten uitgevoerd. De hinder van troebelingen is een subjectief gegeven. De patiënt maakt daarom zelf de keuze voor een vitrectomie na informatie over de voor en nadelen.
  • Behandeling
    Vitrectomie
  • Resultaat
     Heldere glasvochtruimte. De troebelingen recidiveren niet.
  • Complicaties
    Ablatio retinae < 0,3 %.

Oogzorg van het allerhoogste kwaliteitsniveau