Myopie is het tegenovergestelde van verziendheid (hypermetropie). Met verziendheid is het zicht in de verte goed, maar juist dichterbij onscherp. Als je bijziend bent, is het juist andersom. Dichtbij is het zicht scherp, maar veraf niet. Dat kan leiden tot problemen met bijvoorbeeld autorijden, tv-kijken of op het schoolbord kijken. Bij bijziendheid draagt men een min- bril of contactlenzen. Bij verziendheid draagt men een plus- bril of contactlenzen. Het vervelende met myopie is wanneer men ouder wordt en er ook ouderdomsverziendheid (presbyopie) ontstaat. Het zicht dat dichtbij altijd zo goed was, gaat nu ook achteruit. Dit wordt vaak opgelost met een multifocale bril met een apart leesgedeelte. Bekijk hier het volledige overzicht oogsterkteafwijkingen.
Bijziendheid komt meestal aan het licht rond de puberteit, maar de afwijking kan al jaren eerder ontwikkeld zijn. Meestal stabiliseert de sterkte zich in het begin van de volwassenheid, wanneer de groei stopt. Om deze reden is ooglaseren en lensimplantatie (refractiechirurgie) pas mogelijk op latere leeftijd, vanaf ongeveer 18 jaar.